Derde Expeditie, mei 2006

Donderdag 11 mei

Gisteren, op woensdag 10 mei, hebben wij de laatste duiken verricht op de site.  ‘s Ochtends hebben wij nog eenmaal alle posities van de plekken genomen waar we boeien hebben gedropt. Deze waren in eerste instantie met behulp van de GPS posities van vorig jaar (SNAP) op deze plaatsen uitgezet, maar door de boeien na te meten kunnen we nagaan of deze nog steeds op de juiste plek liggen of door stroming of werkzaamheden van de duikers onderwater verplaatst zijn.. Slechts een boei bleek 10 meter verkeerd te liggen. Aangezien wij 15 meter om die boei gecirceld hebben, maakt dat weinig uit voor de correctheid van de duikwaarnemingen. De kaarten van het gebied, met daarop de onderzochte gebieden en de waarnemingsgegevens kunnen nu uitgewerkt gaan worden. Behalve wat aardewerk blijken er geen concreties of andere, zoals hout-, resten van de Hoorn meer op de zeebodem te liggen.

De laag slib vermengd met grind op plaats "x" is erg dik. Er zijn twee boormonsters van het sediment genomen om te kunnen bepalen hoe de samenstelling van de bodem tot op anderhalve meter diepte is (dit is namelijk de lengte van de boor). We hebben bij het nemen van die monsters al wel gezien dat de sliblaag op sommige plekken nog veel dikker is. De monsters zullen de komende weken in Puerto Madrin (Argentinië) geanalyseerd worden. Misschien kan men daar wat zeggen over de specifieke opbouw. Zijn er bijvoorbeeld meerdere lagen te herkennen? Kunnen de lagen gedateerd worden?

We kunnen met zekerheid zeggen dat alles wat tot op dit moment boven de zeebodem uitstak van het wrak de Hoorn, is geborgen door ons team. Kleinere objecten die zo nu en dan mogelijk vrij zullen komen zullen waarschijnlijk weinig tot niets aan onze conclusies veranderen. De plek waar de Hoorn is gestrand en waar het is verbrand is met zekerheid gevonden. Ongeveer 500 objecten zijn geborgen. Eens in de zoveel tijd zal de zee scherven van de Hoorn het strand op werpen. Deze komen uit onderlagen van het slip. De zee kan er bij, maar wij met de modernste technieken niet. We hebben alles gedaan wat mogelijk is om de Hoorn op te sporen. Mogelijke resten liggen goed verborgen onder een dikke sliblaag met kiezels, als er nog wat ligt...... Alleen met zeer grof geschut, waarbij dikke lagen slib worden verwijderd over een groot oppervlak, kan misschien nog wat meer naar boven worden gehaald. Is dat het waard? Zeker wanneer je bedenkt dat de locatie in een natuurreservaat ligt?

De vondsten (waaronder kleinere onderdelen van het schip), de monsters maar ook het gebied zelf, geven (na analyse) een goed beeld van wat er gebeurd is.

Het verhaal is bijna rond. Het project Zoektocht naar de Hoorn ook. Wij richten ons de komende maanden op de uitwerking van de laatste gegevens en de afronding van het verhaal doormiddel van het schrijven van een wetenschappelijke eindpublicatie, een populair- wetenschappelijk boek (ism Ruud Spruit) en een kinderboek over het fantastische verhaal van de Zuidelijke Compagnie, haar ontdekkingen (zoals de ontdekking van Kaap Hoorn), de tegenslagen, het verlies van de Hoorn en de spannende zoektocht naar de archeologische overblijfselen hiervan. Op 2 of 10 Juli  komt onze expeditie in Argentinie uitgebreid  landelijk op televisie in het Programma "Echo de Argentina" van station America 24.

Na analyse en uitwerking van de laatste gegevens is nog ruimte gecreëerd om additionele gegevens en vondsten van het strand te bergen. Dit zal dan eventueel in december plaatsvinden. Daarna is het echt afgelopen.

In maart 2007 bestaat de stad Hoorn 650 jaar. Dan ook zal een tentoonstelling over de Zoektocht naar de Hoorn worden geopend in het Westfries Museum, In die maand besteedt National Geographic Nederland & België aandacht aan de opgraving van de Hoorn. Om die reden werden we deze reis vergezeld door twee medewerkers van het blad, hoofdredacteur Aart Aarsbergen en fotograaf Jochem Wijnands.



De plek van de ramp

Impressie van de ondergang van de Hoorn (schilderij door Jack Staller 2007)