Verslag van de tweede Expeditie “Zoektocht naar de Hoorn”

Zondag 17 april

Vierde verslag van Tweede expeditie zoektocht naar de Hoorn(telefonisch verslag vanwege gebrek aan internet verbindingen)

Gisteren hebben we de hele dag weinig kunnen  doen. Zeer slecht weer met windkracht 9 en zware regen. Veel te gevaarlijk om te duiken en onmogelijk om rechte lijnen te varen met de Ksar voor de Sonar. We zijn daarom vanochtend om 7 uur begonnen.
Het weer is veel beter en tijdens proefduiken hebben we diverse grote ijzerconcreties gevonden. Dit zijn lompe massa's materiaal met geoxideerd metaal aan de buitenkant. Met Rontgenapparatuur zal worden bekeken wat er in zit. Het kunnen metalen voorwerpen zijn geweest die grotendeels geoxideerd zijn of het kunnen zaken geweest zijn die in metaal verpakt waren. Rechts ziet u voorbeelden van dergelijke concreties.

Er zijn nog heel veel plaatsen die afgedoken zullen moeten worden. Een deel daarvan zal door de Argentijnse collega's, onder leiding van Cristian Murray en Damian Vainstub, gebeuren nadat wij weer vertrokken zijn richting Nederland. Voor het zover is hopen we minstens een paar spannende vondsten gedaan te hebben. We zijn erg moe van de lange dag en de vele intensieve duiken.



Ijzerconcretie

 

Vierde verslag tweede expeditie 2005

Het derde verslag eindigde net voordat we een presentatie zouden geven voor de Gemeente Puerto Deseado. In een zaaltje van de plaatselijke bibliotheek waren ongeveer 50 mensen bijeen gekomen; burgers, journalisten en mensen van de marine, de kustwacht en de gemeente. Het eerste deel van de presentatie werd verzorgd door Cristian Murray en Damian Vainstub onze collega’s van de PROAS. Daarna was het de beurt aan Martijn Manders die een PowerPoint presentatie gaf met de titel: Searching the Hoorn: Using Shallow Water Geophysics in the Ria Deseado. De lezing was door Paul, Bart, Rob en Martijn gezamenlijk voorbereid. Omdat hier niet veel mensen Engels spreken, werd de lezing simultaan vertaald in het Spaans. De vragen na afloop lieten zien dat, zoals in verslag 3 al was gememoreerd, de interesse in het project vanuit Argentinië erg groot is.

Toen we de bibliotheek uitkwamen voelden we al dat de wind was op komen zetten. De 15de was een mooie dag geweest waarin we veel werk hadden kunnen verzetten. Toch was de voorspelling voor die dag een heel stuk minder geweest. Men had immers storm voorspeld. Zou die storm er dan nu komen? Het was niet te hopen, vooral ook omdat we graag de Luchador nog wilde bereiken die in het onderzoeksgebied was blijven liggen. Hiervoor moesten we eerst per auto door de wildernis rijden en vervolgens zouden we per rubberboot opgehaald worden. Dit laatste zou bij hevige golfslag te gevaarlijk worden met als gevolg dat we in Puerto Deseado zouden moeten blijven overnachten. Uiteindelijk hebben we het schip nog net kunnen bereiken, de meeste van ons wel met een nat pak. De volgende dag, de 16de april, had de wind in een zodanige kracht toegenomen dat we niet konden meten en duiken. We hebben deze dag gebruikt om een workshop te geven in het gebruik van geofysische methoden in de maritieme archeologie. We hebben hiervoor het Hoorn project als leidraad gebruikt, maar ook voorbeelden gegeven uit Nederland; Welke methoden gebruiken bijvoorbeeld de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek en Rijkswaterstaat bij het beheer van het maritieme erfgoed? Ook dit werd weer door onze Argentijnse collega’s met groot enthousiasme ontvangen. De bemanning van de Luchador luisterden en keken ook geboeid mee. Santiago, de eerste machinist aan boord, vertelde ons dat hij in 15 jaar regelmatig surveyors aan boord had gehad, maar dat hij nu pas de principes van de verschillende zoekmethoden begreep. Een fantastisch compliment voor onze surveyors Rob Lambij, Paul van Waalwijk en Bart Valstar.

De 17de april konden we gelukkig weer het water op. We hadden tijdens het sonarren verscheidene onregelmatigheden op de zeebodem hadden gesignaleerd. Drie daarvan waren geselecteerd om als eerste te worden onderzocht omdat hiervan in eerste instantie het meest verwacht werd. De eerste twee hiervan hadden helaas niets opgeleverd. De derde noemde we al gekscherend “het wrak van de Hoorn” omdat het sonarbeeld een bijna volledig schip liet zien. De eerste duik op deze plek had niets opgeleverd. Daarom besloten we de boei te verplaatsen. Op deze plek werd naast een aantal grotere concreties (een grote bonk roest waarin zich objecten van ijzer bevinden) ook geen wrak aangetroffen. De concreties zullen in een ziekenhuis in Buenos Aires met röntgenstralen worden onderzocht om te kijken wat voor objecten erin zitten. Maar hoe kan dat nu?; de Side Scan Sonar geeft aan dat er iets op de bodem ligt, zelfs in de vorm van een scheepswrak, en onderwater wordt niets van hout aangetroffen! Is er dan niet goed gezocht onderwater? Het zicht ter plaatse is erg slecht, slechts 20 tot 50 cm , toch kunnen we zeggen dat de veelbelovende plekken goed zijn onderzocht. De sonarbeelden kunnen dankzij de Omnistar van Fugro met een precisie van 1 meter nauwkeurig worden gepositioneerd. Op deze positie wordt een boei gelegd. Hieromheen maakt de duiker cirkels tot een maximale afstand van 20 meter . Alles wat binnen deze cirkel aan het bodemoppervlak ligt moet worden opgemerkt door de duiker. Het feit dat op positie 3 de vorm van een scheepswrak te zien was, kwam vermoedelijk omdat harde grindbanken door de fijne klei heen aan het bodemoppervlak verschijnen waardoor een andere weerkaatsing van het geluid ontstaat. Toevallig was dit in de vorm van een schip. Toevallig? Voor de wetenschapper is dit de enige verklaring.

Binnenkort zullen we hetgeen we “de mysterie van de Hoorn” hebben genoemd vertellen op de website; een aaneenschakeling van mysterieuze toevalligheden die we tijdens onze speurtocht naar de Hoorn zijn tegengekomen.

De drie door ons geselecteerde locaties hebben geen houten wrak opgeleverd. De overige locaties worden in december 2005 afgedoken. Graag hadden we een aantal daarvan nog een dezer dagen gedaan, maar op 19 april stak een wel zeer heftige storm de kop op, windkracht 11. De luchador met daaraan vastgebonden de Ksar, lagen midden in de baai en deinden heftig heen en weer op het ritme van de meters hoge golven. Dit alles ging gepaard met hagel. Op een gegeven moment verdween de boeg van de Ksar bij elke golf onderwater. We moesten ingrijpen om te voorkomen dat het schip verloren zou gaan. De schipper verwachtte dat het 15 meter lange zeilschip al varend een betere kans zou maken om ongeschonden uit de strijd te komen. Echter, toen de lijnen werden doorgekapt nam werd het scheepje door een enkele reuzengolf opgepakt en tegen de 35 meter lange zeesleper Luchador aangekwakt. De Ksar dreef nu vrij rond, maar was aan de boeg wel zwaar beschadigd. Gelukkig kon het in de luwte van de Van Noort-berg een ankerplek vinden. Hier heeft het uren gelegen. Toen in de avond de storm ging liggen zijn schipper Atilio Mosca en Cristian Murray met de zwaar gehavende Ksar snel naar de haven van Puerto Deseado gegaan. Ook de volgende dag zou het flink gaan stormen, was voorspeld. Het meetschip van de expeditie was al naar Puerto Deseado teruggekeerd en omdat 20 april de laatste dag voor de Nederlanders zou zijn werd besloten dat ook de Luchador zou proberen terug te keren. Dit zou alleen maar kunnen wanneer bij hoogwater, om 10 uur ’s ochtends, het weer wat kalmer zou zijn. Zo niet, dan zou de sleper moeten blijven liggen en wij zouden wij met een kleinere boot van de havendienst worden geëvacueerd. Zo ver kwam het niet; het weer op de 20ste april 2005 om 10 uur ’s ochtends was rustig, maar de dreiging van een storm bleef. Om 11:00 uur liepen we de haven van Puerto Deseado binnen. Er was een einde gekomen aan het tweede veldseizoen!