De reis van Schouten en Le maire

Anno 1615 zeilen twee kleine schepen vanuit Hoorn richting Zuid Amerika. De schepen, de Eendracht en de Hoorn, zoeken in opdracht van de Zuidlijk Compagnie naar een nog niet ontdekte route naar de specerijen eilanden (de Molukken). De bestaande routes, door de Straat van Magellan en langs Kaap de Goede Hoop vallen onder het oktrooi van de 11 jaar eerder opgerichte Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC).  Onderweg, in Patagonie (Argentinie) houdt men halt in een riviermonding om water en voedsel in te nemen. Tijdens het oponthoud zet men de schepen op het strand en brand men met takkenbossen de scheepshuiden schoon. Door een onverwachte windvlaag vat het gangboord en de tuigage van het kleinste schip, de Hoorn, vlam.

De brand blijkt niet te blussen en het schip brand grotendeels af. De volgende morgen haalt de bemanning de nog bruikbare zaken uit het schip en stapt over op de Eendracht. Dit schip ontdekt inderdaad een nieuwe route vlak langs Terra Australis oftewel de Zuidpool. De kaap die hier gerond werd, noemde men Kaap Hoorn ter ere van de Burgers van Hoorn, die deze expeditie zo goed ondersteund hadden. Hoorn was tevens de thuishaven voor het grootste deel van de bemanning. Misschien dat de kaap ook een beetje vernoemd is naar het kleinste van de twee schepen van de expeditie. Het schip was immers net voor het ronden van Kaap Hoorn vergaan.

Aangekomen op de Molukken geloven de bewindhebbers van de VOC niet dat een nieuwe route gevonden is en brengt men het schip met bemanning over naar Batavia. De president daar, de eveneens uit Hoorn afkomstige Jan Pieterszoon Coen besluit het schip, de lading en de opgetekende kaarten in beslag te nemen en de expeditieleider, Willem CorneliszSchouten terug naar Holland te sturen. De koopman van de expeditie, Jacob Le Maire (zoon van mede oprichter van de Zuidlijk Compagnie Isaäc Le Maire) overlijdt in Batavia. Pas jaren later krijgen Schouten en Le Maire eerherstel en een kleine vergoeding voor hun verdiensten.